Ontwikkelingssamenwerking staat fors op de politieke en maatschappelijke agenda. Nu de bezuinigingsgesprekken formeel zijn gestart, is ook de campagne ‘Je krijgt wat je geeft’ vol van start gegaan. Onder de titel ‘Snijden in ontwikkelingssamenwerking is een historische vergissing’ roepen vele prominenten in een open brief op om niet verder te snijden in OS, ‘want snijden in ontwikkelingssamenwerking is ook snijden in onze eigen toekomst’. ICS gelooft daar ook in en steunt deze campagne dus van harte. Sterker nog, organisaties als ICS openen voor het Nederlandse bedrijfsleven de deuren naar de groei-economieën van Kenia, Tanzania en Cambodja.

 
Waar veel gesproken wordt over ontwikkelingssamenwerking, wordt ook veel onzin geroepen. Zo werd onlangs aan tafel bij Pauw & Witteman beweerd dat Nederland zonder enig effect zijn hulp kan halveren, en dat op geen enkele manier ooit is aangetoond dat OS zin heeft.


Ontwikkelingssamenwerking heeft wel degelijk zin. Om te beginnen is ontwikkelingssamenwerking bewezen effectief. Aangetoond is dat elk jaar extra scholing bijdraagt aan een grotere kans op werk en een hoger inkomen later. Dat investeren in duurzame en sterke productieketens in ontwikkelingslanden bijdraagt aan productieverhoging, winstvergroting en meer internationale handel. Ontwikkelingssamenwerking heeft daar in vele landen een bijdrage aan geleverd, waardoor een groot aantal van deze landen een grote sprong in ontwikkeling hebben gemaakt. Denk aan landen in Latijns Amerika een Zuidoost Azië.


Bovendien zou het voor Nederland in crisis niet gek zijn om eens wat vaker over de grenzen te kijken. Voor de komende jaren wordt een groei voorspeld van de economie in Cambodja, Tanzania en Kenia van 5 tot 7% per jaar. Volop kansen dus! Ook, of misschien juist, voor de Nederlandse topsectoren. En juist organisaties die jarenlange praktijkervaring hebben in het verzamelen en samenstellen van bijvoorbeeld boerengroepen, die ‘willing & able’ zijn om ook mee te gaan in deze groei, zijn daarbij nodig om die kansen om te zetten in daadwerkelijke business. Maar dan wel business die er voor zorgt dat niet alleen wij, maar ook zij profiteren van die kansen. Zodat we ze niet berooid, maar volgroeid achterlaten. Het effect; structurele afname van de noodzaak tot hulp, en structurele toename van nieuwe handelspartners.


ICS toont daarbij al jarenlang aan dat de SROI-methode (Social Return on Investment) de manier is om meetbare successen zichtbaar te maken. SROI, in samenhang met geïntegreerde programma’s gericht op social services, en uitgaande van een gezonde bedrijfsvoering van lokale ondernemingen. Het effect; iedereen groeit.

 

En de effecten gaan verder. De economische groei creëert een hefboom om kinderen naar school te laten gaan, waar ze sociale en financiële educatie krijgen en door kunnen groeien naar beroepsonderwijs. In een land als Kenia combineren we dat met onze partnerorganisaties met drukken op wetgeving, met overheden te betrekken bij ‘Skilful Parenting’-programma’s, met werk om rechten voor kinderen te verankeren, met kinderrechten op de Afrikaanse agenda te zetten en door para-legals te ondersteunen. Zo hebben we ervoor gezorgd dat er in Kenia minder sociale misstanden zijn op het gebied van kindermisbruik en kinderuitbuiting. En dat alles met Nederlandse steun. Het is een langzaam proces, maar het werkt en het werpt zijn vruchten af. Economisch en sociaal.

 

Als de Nederlandse overheid in staat is om haar rol aan te passen naar deze nieuwe realiteit helpt het niet alleen lokale economische en sociale groei, maar helpt het ook zichzelf. Van geven naar samen ontwikkelen.